Onze dieren

Onze dieren

Dieren binnen handbereik
Europese cultuur- en dierenverhaal kan worden ervaren in het wild- en reakreatiepark. Bruine Beren, wolven en lynxen, welke in vroeger tijden nog door de bossen zwierven, kan je tegenwoordig – op enkele uitzonderingen na – niet meer in de vrije natuur zien. Onze wild- en rekreatiepark heeft het sinds 1975 tot zijn missie gemaakt, deze dieren een fatsoenlijk leven in een ruime natuurlijke omgeving mogelijk te maken. Maar zie zelf!

Het dierenpark biedt ook een breed scala van andere vogels en diersoorten. Sinds 2010 behoort een Valkerij tot het park, waar roofvogels uit verschillende landen gekoesterd worden. In de dagelijkse vrije vlucht kunt u deze “jagers van de lucht” van dichtbij kijken.

Vögel und Papageien

Vogels en papegaaien

Het parkiet lexicon telt 119 verschillende papegaaisoorten. Enkele opmerkelijke voorbeelden van de wereldwijde parkiet familie zijn ook in het wildpark thuis. Zelfs papegaaien, vinken en wever vogels voelen zich thuis in hun ruime volières.

Zwerg-Bergziegen

Dwerg berggeiten

Zij zijn de lievelingen van de kinderen: Ze klagen niet als je ze streeldt. Honger hebben ze altijd en zij zijn blij als ze gevoed worden.

Nutrias

Nutria

De nutria of beverrat is een uitstekende zwemmer. Hij leeft in kleine kolonies, meestal in holen in de waterlopen. De beverrat is voornamelijk in de schemering en ‘s nachts actief. Deze knaagdieren bereiken bijna de grootte van de bevers. Ze hebben hun oorsprong in Zuid-Amerika, naar Europa kwamen de dieren als een ‘bont-leveranciers’. De nutrias werden geherintroduceerd en gejaagd, maar ook gekweekte in nutria boerderijen.

Fasane

Fazanten

De Romeinen hielden van het genoet van fazant. Zij brachten de ‘hoendervogel’ uit Centraal-Azie naar Europa. Fazanten leven in open agrarische landschappen met afwisselend velden en bossen. De hanen kunnen een grootte van 90 centimeter en een gewicht van 1.5 kilogram berijken. De hennen zijn veel kleiner en lichter.
Zilver fazant, fazant prelaat, Koning Fazant, Swinhoe Fazant, Goudfazant en de fazant-achtige Temminck’s Tragopan kunnen in het park van zeer nabij worden waargenomen.

Hauskaninchen und Hausmeerschweinchen

Tamme konijnen en cavia’s

Mee te nemen zijn de konijnen en cavia’s niet, hoewel veel van de kleine parkbezoekers dit het liefst willen doen. Maar aaien en voederen is toegestaan.
De Europese wilde konijn is het archetype van alle tamme konijnen, die voor een lange tijd in vele landen van de wereld worden gefokt en gehield.
In het Peruaanse Inca-rijk diende cavia als huis- en offerdier. De Spaanse verorveraars brachten niet alleen het goud van de Inca’s naar Europa: Zelfs de cavia kwam op deze manier in de 16de Eeuw in Europese breedtegraden. De cavia is de favoriet van kinderen en vaak het eerste eigene huisdier geworden.

Wasberen
Wasberen

Wasberen

De wasberen komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Sinds het midden van de vorige eeuw, zijn ze ook inheems op het vasteland van Europa. Wasberen zijn ‘s nachts actieve roofdieren en omnivoren. Ze leven meestal in de wateren rijke loof- en gemengde bossen. Typisch voor de wasbeer zijn de speciale perceptie van de voorpoten en het zwarte gezichtsmasker. Gehouden op een omheinde terrein kunnen wasberen meer dan 20 jaar oud worden. In de vrije natuur is de levensverwachting slechts 1,8 – 3,1 jaren. Jacht en verkeersongevallen zijn hiervoor verantwoordelijk.

Damhirsche

Damherten

Het damhert is een middelgrote hert, veel kleiner dan de eland en iets kleiner dan het edelhert. Het hert kan tot 130 kilogram zwaar worden met een hoogte van maximal 1,10 meter schouderhoogte.
Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april of mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. Het is een schoffelgewei. Hierbij zijn de einden van de takken met elkaar verbonden door platen.

Moeflon

Moeflon

De moeflon ist het kleinste wilde schaap in Europa. Van de originele populatie die zich enkel nog op Corsica en Sardinië bevindt, werden er exemplaren met succes uitgezet in de rest van West-Europa.
Mouflons hebben een bruine vacht, de rammen in de wintertijd een opvallens lichtgekleurd “zadel”, en “witte sokken”. De moeflon “Mannen” hebben sterke rondgebonden hoorns, die worden aangeduid als “worm”. Na ongever 10 jaren zijn de hoornen zoveel gedraaid, dat zij een cirkel vormen.

Kleines sikaherten (Japansika)
Kleines sikaherten (Japansika)

Kleine sikaherten (Japansika)

De Japansika is de kleinste van de dertien ondersoorten van Sikaherten. Vijf soorten worden beschouwd als bedreigd in hun bestaan. Sikaherten leven in Noord-China, Mantsjoerije en Japan. De dieren zijn zeer aanpasbaar aan levens- en milieuomstandigheden en gedijen prachtig in behuizingen.

Emus

Emoes

De emoe is een niet-vliegende loopvogel uit Australiëen. De vogel is tot 1,90 meter hoog en weegt tot 45 kilogram. Bij de emoes is het mannetje degene die de 60 dagen duurende broed-tijd aanvaardt en die voor de jongen zorgt. In deze periode valt niet te spotten met dehanen: Zij kunnen heel agressief reageren.

Nandus

Nandoes

De naam van deze vogel komt van zijn roep, die klingt als het gebrul van een roofdier – Nan-du. Een Nandoe is een loopvogel, de grootste in Zuid-Amerika, en lijkt uiterlijk veel op de Afrikaanse struisvogel. De nandoe kan een snelheid van 50 kilometer per uur bereiken, dank zijn lange, krachtige benen. Het dieet is gevarieerd, zaden, wortels, grassen en bladeren zijn net zo belangrijk als sprinkhanen of weekdieren.

Strauße

Struisvogels

De struisvogel is de grootste en zwaarste vogelsoort. Volwassen mannetjes kunnen tot 2,50 meter hoog en 135 kilogram zwaar worden. Kenmerkend zijn de grote ogen: Met vijf centimeter in diameter, houdt de struisvogel het record vanalle gewervelde landdieren. Zijn leefgebied is de steppe en het woestijngebied in Zuid-Afrika. Daarom zijn leeuwen en luipaarden de natuurlijke vijanden. Maar de struisvogel weet hoe zich te verdedigen: De voeten met hun gevaarlijke klauwen kunnen dodelijke wapens worden.

Hängebauchschweine

Hangbuikvarkens

Het dikbuikige varken ziet uit als een pug, want het heeft heel veel rimpels in het gezicht. Het beestje heeft de naam van zijn hangbuik die vaak de grond raakt. Zijn oorsprong ligt in Zuidoost-Azië. Er wordt vooral gehouden in Vietnam, als een typische binnenlands varken.

Rotwild

Edelhert

Het edelhert, in jagersjargon ‘roodwild’, is een van de grootste wilde dieren in Centraal-Europa. Dit toont ook zijn eetlust. Een volwassen edelhert eet tussen 8 en 2o kg groen voedsel per dag. De mannetjes worden gekenmerkt door hun machtige geweien die elk jaar, in april, worden afgeworpen. Daarna groeit meteen het nieuwe gewei dat gemiddeld in juli voltooid is. Mannetjes worden tot 150 kilogram zwaar. Het gewicht is het hoogst voor de sleur, omdat voortplanting en het vechten om de hinden vermoeiend zijn. Een gewichtsverlies tot 25 procent is niet ongewoon.

Steenbokken
Steenbokken
Steenbokken

Steenbokken

De alpensteenbok dankt zijn voortbestaan ​​aan de hoogste koninklijke genade, anders zou hij uitgeroeid zijn in 1820. Victor Emmanuel, Koning van Italië, zette de laatste steenbokken onder bescherming. Vanuit deze voorraad werden enkele dieren geleidelijk geëvacueerd, zodat vandaag de Ibex weer inheems in de Alpen is.
De steenbok leeft boven de boomgrens en kan goed klimmen. De hoorns van het mannetje worden maximaal 1 meter lang met een gewicht van 15 kilogram. Ook de geisen, de vrouwtjes dragen hoorns, maar kleiner en lichter. De steenbokken zijn bij hun voedsel sobere herkauwers die tevreden zijn met kruiden, knoppen en zachte houtsoorten

Wildschweine

Wilde zwijnen

Wilde zwijnen komen voornamelijk voor in loofbossen, halfopen landschap en landbouwgebied, mits er voldoende beschutting is. Zij zijn in de schemering en in de nacht actief. Wilde zwijnen leven in kleine kudden. Hun gehoor en reukvermogen zijn beide goed ontwikkeld, zodat het wilde zwijn tijdig van naderend gevaar op de hoogte is. Wilde zwijnen gaan meestal met de hele familie samen op zoek naar eten. Ze eten verschillende soorten paddestoelen, varens en delen van planten, waaronder grassen, bladeren, fruit en wortels. Behalve planten eten wilde zwijnen af en toe ook muizen, kikkers, vogels en ongewerveldedieren, zoals insecten en wormen.

Bruine beren
Bruine beren
Bruine beren
Bruine beren

Bruine beren

De bruine beer gehoort tot de grootste landroofdieren op aarde. Eens waren ze talrijk in Europa maar momenteel komen nog slechts restpopulaties voor; o.a. in West- en Midden-Europa, maar ook in Oostenrijk. Agressief zijn bruine beren, als ze tenminste met rust gelaten worden, niet en waarschijnlijk betekenen ze nauwelijks een gevaar voor de mens. Hooguit hebben ze het af en toe gemunt op gemakkelijke prooien zoals runderen en andere huisdieren.

Uhus

Oehoes

De oehoe is de grootste uilensoort. Er zijn veel verschillen in lichaamsgroote tussen de beide geslachten. Het mannetje wordt gemiddeld zo’n 63 a 68 cm hoog en heeft een spanwijdte van 160 cm. Vrouwtjes zijn forser en breder, 67 a 73 cm hoog met een spanwijdte van 170 cm. Heel imposante vogels.

Luchse

Lynxen

Lynxen zijn katachtige langbenige roofdieren, ter grootte van een herdershond. Karakteristiek zijn de bakkebaarden, gepluimde oren en een kort staartje met een zwart puntje. De gepluimde oorschelpen zijn uiterst nuttig voor het opvangen van zelfs de zwakste geluiden. Ze hebben als het ware de functie van antennes. Met zijn uitstekend gezichtszin herkent de lynx een muis op 75 m afstand.

Wölfe

Wolven

Wolven zijn sociale dieren die in roedels van 5 tot 15 dieren leven, die strikt georganiseerd zijn en geleid worden door een vrouwtje. Binnen het roedel zijn zeer streng hiërarchische structuren. Het hele roedel gaat op jacht naar voedsel, b.v. knaagdiere, haasachtigen, hoefdieren en vogels.

Wapitis

Wapitis

Wapiti – in het Noord-Amerikaans Engels elk genoemd – is de benaming voor de Noord-Amerikaanse ondersoorten van het edelhert. Er is ook een Aziatische hertensoort, die met de naam wapiti wordt aangeduid: de ‘Mantsjoerijse wapiti’. De meeste wapiti’s zijn een stuk groter dan de Europese edelherten. De naam wapiti betekent witte achterzijde en is afkomstig van de Shawnee-Indianen.

Rode neusberen
Rode neusberen
Rode neusberen

Rode neusberen

Neusberen of coati’s zijn gekenmerkt door o.a. een lange en zeer beweeglijke neus. De dieren hebben een vrij lang lichaam met lange, geringde staart en korte poten; zij zijn bruinachtig van kleur, wat echter variëren kan van oranje tot bijna zwart. Neusberen wonen in Amerika, van het zuiden van de VS naar Argentinië. Ze zijn te vinden in zowel tropische regenwouden, alsook aan de rand van de woestijnen.